Kennisoverdracht Zelfredzaam wonen

Wie tekent er voor?

Ontwerp

Ontwerp- en advieswerk is mensenwerk. Wie tekent er voor de kwaliteit van advies en wat zijn zo al gerealiseerde woning ontwerpen. De basis: architect vanaf 1978 dr.ir. August van Vliet heeft een basis als gepokt en gemazeld architect. Als architect vanaf 1978 steeds betrokken bij woningbouwplannen. Eerst specialisatie in sociale woningbouw, daarna een forse periode binnen de vesting Heusden aan de Maas met restauratieprojecten. Waarna een periode volgde waarin ook onderhoudsbegeleiding voor scholen en bankfilialen van belang was. In de periode 1998 tot 2004 volgde een omslag richting promotieonderzoek vanuit de optiek gerontechnologie in relatie tot bouwtechniek. Vanaf 2005 wordt een tweesporenpad bewandeld: Advies seniorenhuisvesting en ontwerp woningen binnen een eenmansbureau. In de portfolio worden vooral woningprojecten in relatie tot zelfredzaam wonen uitgelicht.

Zelfredzaam Wonen Met de vergrijzing veranderen de woonbehoeften. Hoe bouwplannen aan te passen aan de veranderende marktvraag? Op welke wijze doelgericht te werken aan woningbouwplannen, die herkenbaar geschikt voor individuele zelfredzame bewoning. Aan de basis van de kennistransfer staat een proefschrift uit 2004 “Zelfredzaam Wonen” van August van Vliet. Wat is vanuit duurzaamheidsoogpunt een goede strategie om te komen tot een evenwichtige woningvoorraad, die de veranderende vraag vanuit een vergrijzende maatschappij aan kan? Kennisoverdracht in diverse vormen: advies in uitgangspunten voor woningplannen, ontwerpondersteuning aan architecten, advisering aan bewoners voor woningaanpassing, informatief voor aankomende senioren, klassiek architectonisch ontwerp voor particulieren.

Promotie-onderzoek "Zelfredzaam Wonen"
Is zelfredzame woningkwaliteit niet hetzelfde als oude wijn in nieuwe zak domotica? Welke extra aanpassingen aan de “normale ”woning zijn er nodig? Waarop te letten bij het uitzoeken van je woonsituatie voor de oude dag?

Tevens is deze systematiek pro-actief in te zetten in de advisering aan bewoners door huisarts, ergotherapeut en/ of woonconsulenten. Wat voor de individuele bewoner geldt, geldt voor de hele bevolkingsgroep.

Dat roept een serie vragen op:

  • Welke effect van vergrijzing is er op de woningvraag tot 2030?
  • De woningmarkt voor senioren, hoe gaat die eruit zien?
  • Is het kwantitatief aanbod van seniorenwoningen afdoende?
  • Hoe herken je voor zelfredzame bewoning geschikte huizen?

In het proefschrift zijn opgenomen:

  • Beredeneerd kwantitatief: zelfredzaam bouwen spaart ¼ zorgkosten
  • Een zelfredzaamheidsroos die voor bouwplan aangeeft de relatieve winst aan vermeden zorgkosten
  • Een zelfredzaamheidsscore die voor een bouwplan aangeeft de relatieve kracht van plan in vermijden van zorgkosten
  • Een waaier van 12 voorbeeldplannen met toegepaste scores.

Proefschrift 2004 en dan? Woonkwaliteit spaart zorg.
Het besef dat de vergrijzing zal leiden tot sterke stijging van de zorgkosten is door de bankencrisis vanaf 2008 enigszins uit beeld geweest. De huidige verschraling van het zorgaanbod geeft het beeld dat die zorgkosten zullen dalen. Terwijl de lange demografische trends keihard zijn.

Vergrijzing heeft voor Nederland in komende decennia volgend effect:

  • de bevolkingsgrootte stabiliseert globaal
  • aantal senioren 65 plus verdubbelt van 2010 tot 2040
  • senioren zijn nauwelijks gezonder dan vorige generaties ouderen
  • meer woningen door kleinere huishoudensgrootte
  • reservoir werkende bevolking stabiliseert (meer fulltime werken)
  • regionale bevolkingskrimp, wegtrekken werkzoekende jongeren naar de grote steden
  • aantal werkenden in zorg van 10% naar 20 % in 2040. No way!!

Globaal wordt de Nederlandse maatschappij komende 3 decennia geconfronteerd worden met een verdubbelde zorgvraag.

De vergrijzing zet in Nederland vanuit Europees perspectief pas laat in. We kunnen dus ook leren van de buitenlandse voorbeelden, hoe institutionele zorg verminderd kan worden door onderlinge hulp, door meer zorg op individuele maat, door alternatieve woonvormen en woningaanpassingen die zelfhulp faciliteren. De wijziging in opvattingen naar meer participatie van ouderen (zelf doen) en naar het bijbehorende Zelfredzaam wonen geeft soelaas.

Ongeveer 25 procent van zorg kan vermeden worden door slimme bouwkundige maatregen die ofwel preventief zijn, die compenserend voor chronische gezondheidsbeperkingen zijn of die zorgverlening faciliteren. Daarnaast kan een reorganisatie van zorgverlening middels de generatiebestendige wijk helpen. In Europese optiek een open deur (zie AAL.eu). Een verdere beperking van de vraag naar formele zorg te bereiken door faciliteren mantelzorgers en het virtuele verzorgingshuis.

Streven is dat zelfredzaam wonen plus generatiebestendige wijk leiden tot halvering zorgbehoefte van een verdubbeld aantal senioren. Dit bij een globaal gelijk reservoir aan werkenden in Nederland. Wat kost het? Misschien wel niets extra voor gezondheidszorg. Voorzieningen voor zelfredzaamheid verhogen vaak het wooncomfort. Hiervoor willen individuele bewoners gewoon zelf kiezen en betalen. Maar het veronderstelt wel oog voor preventie in de gezondheidszorg. En dwingende voorwaarde hiervoor is de beschikbaarheid op grote schaal van woningen die zelfredzaam wonen mogelijk maken.

Gezond en Zelfredzaam wonen, Prestatie-eisen
In het proefschrift “Zelfredzaam Wonen” (2004) is een methodiek ontwikkeld om snel een bouwplan te kunnen analyseren: is bouwplan geschikt voor levensduurbestendige bewoning. Technische eigenschappen en de aangebrachte voorzieningen in de woning zijn van belang, vastgelegd in Negen prestatie-eisen:

  • de ergonomische woonconditie 1 (geboden toegang)
  • de inzichtelijke woonconditie 2 (overzichtelijk, goed verlicht)
  • woonconditie sociale veiligheid 3 (monitoren, alarmeren, kontakt)
  • de zonnige woonconditie 4 (buitenkamer tuin/ balkon)
  • de stabiel warme woonconditie 8 (verwarming/ koeling / isolatie)
  • de gehoorvriendelijke woonconditie 7 (isolatie, absorbtie, versterking geluid)
  • de emissie-vrije woonconditie 6 (geen giftige bouw-materialen)
  • de allergeenarme woonconditie 5 (wering ongedierte, schimmels)
  • de luchtige woonconditie 9 (ventilatie, luchtfiltering, locatiekeus)

Woningaanpassing kost tijd
Tussen het moment, waarop blijkt dat verdere bewoning onverantwoord is wegens een opgetreden gezondheidsgebrek en de daadwerkelijke actie om een nieuwe, verantwoorde woonsituatie te realiseren, liggen vaak vele maanden. De keuze voor opname in een verpleeg-verzorgingshuis, het zoeken naar alternatieve geschikte woning, of het organiseren van een woningverbouwing is complex. Het ergste is, dat ouderen die zo’n plotseling gezondheidsgebrek treft, eigenlijk weinig tijd resteert om te leven. De implementatietijd van voorzieningen gaat van die beperkte "leef-tijd" af. Ideaal zou “misschien” zijn om voorzieningen te treffen waarbij alle voorzieningen zijn geïnstalleerd waarmee alle handicaps niet meer leiden tot inperking van de leefmogelijkheden. Op een zodanige wijze aangebracht, dat verkeerd gebruik uitgesloten is, Intrinsiek goed dus.

Intentionele implementatie
Voor alle mogelijke gebreken van senioren de passende oplossing bieden in een huis is onbetaalbaar. Veel gezondheidsproblemen treffen elk apart echter een kleine minderheid (10 %) van alle senioren. Intentionele Implementatie vormt dan de eigenlijke belofte. Profijtelijk kan zijn om wel ruimte en te reserveren voor de plaatsing van apparaten, maar die apparaten alleen te plaatsen bij gebleken behoefte, Intentionele implementatie. Plan en voorzie de technische voorziening, inclusief bevestigingspunten, monteer zo nodig op afroep (maar dan wel zeer snel).

Innovatie uitdaging 2040 “de generatiebestendige woning”
Echter bouwinnovatie betekent vooral weet hebben van het gebruikersprobleem. Terwijl bouwers weer zijn goed in oplossen technische vragen, Hoe te fabriceren? Ontwerpers/ architecten moeten hun klassieke taak oppakken door vorm te geven aan de nieuwe woning die inspeelt op gewijzigde bewonersvraag. Met concepten voor de nieuwe generatiebestendige woning een brug te slaan tussen bewoners en fabrikant. Te vertalen, Wat de verwachting is van bewoners van zijn huis? Welke woningvorm voldoet aan die wijzigende woonbehoeften?

Veranderende woonbehoeften
Weet te hebben van feit, dat komende 20 jaar meer dan 1 miljoen woningen erbij komen, dat daarvan 1,1 miljoen of meer extra seniorenwoningen zijn. Te weten dat die woningen vooral in bestaande woonkernen en wijken gebouwd zullen worden. Hoe te combineren energiegebruik, functionele bruikbaarheid, duurzaam materiaalgebruik (inclusief slopen) en slim ombouwen?

De “normale woningbouw” heeft echter reeds gedurende decennia een sterk aanbodgericht karakter. Gezinswoningen genoeg, maar zijn die geschikt te maken als nultreden-woning? Hoe maak je luie trap in betonnen verdiepingvloer met klein trapgat? Appartementen, hoe kom je erin (drempel) of hoe kom je op terras? Hoe speel je in op een variatie aan woonhuisaanpassingen? Hoe te combineren met isoleren en nieuwe parkeereisen/ Voorzieningen in kleine woonkernen? Zoeken zal zijn naar woningconcepten, waar antwoorden op alle vragen op hun plaats vallen.

Flexibiliteit.
Weet te hebben dat de woning dus een intrinsieke flexibiliteit zal moeten hebben. Ander gebruik mogelijk te maken ZONDER verdere grote verbouwingen. Weet te hebben van schijnbare onoverwinnelijke technische problemen bij groot deel van huidige woningvoorraad om deze om te bouwen tot seniorengeschikt wonen. Het is dan gewoon slim om die 1 miljoen nieuw te bouwen woningen “intentioneel” geschikt te maken voor alle groepen bewoners, inclusief gehandicapten en oudere mensen. Compacte, betaalbare, goed te onderhouden woningen nabij de dagelijkse voorzieningen. Weet te hebben dat innovaties een bouwbedrijf een voorsprong in markt opleveren.